
Campbeltown, op de zuidpunt van het Kintyre-schiereiland, was ooit de whiskyhoofdstad van de wereld: meer dan dertig distilleerderijen, een haven vol vaten, en de bijnaam ‘whisky capital’. Overproductie, drooglegging in Amerika en een reputatie voor mindere kwaliteit lieten er bijna niets van over.
Vandaag zijn het er drie — Springbank, Glen Scotia en Kilkerran (Glengyle) — maar hun stem is onmiskenbaar. Olieachtige textuur, een vleug turf, zout, citrus en een licht industriële, maritieme diepte. Springbank in het bijzonder bottelt bijna alles zelf en is daarmee een van de meest onafhankelijke distilleerderijen van Schotland.
Campbeltown is klein, koppig en razend geliefd bij verzamelaars. Wie deze streek ontdekt, drinkt geschiedenis die ternauwernood overleefde.









