
Islay is het meest westelijke eiland van de Inner Hebrides: laag, winderig en doordrenkt van turf. De distilleerderijen staan hier letterlijk aan zee, en dat proef je — jodium, zeewier, rook en een ziltige afdronk die nergens anders zo vanzelfsprekend is.
Niet elke Islay is een rookbom. Bruichladdich en Bunnahabhain maken ook ongeturfde, elegante whisky’s. Maar de klassiekers — Laphroaig, Ardbeg, Lagavulin, Caol Ila — definiëren wat de wereld onder ‘peat’ verstaat: medicinale turf, teer, kampvuur en een lange, droge finish.
Wie Islay drinkt, drinkt landschap. Het is whisky die niet probeert te behagen, maar een plek tot in de fles te vangen.
























